De rij

In de rij staan po-russki, dat doe je zo: je komt aan. Je vraagt wie de laatste is. Je meldt die persoon dat jij nu achter hem / haar staat. Je vertrekt, om bij een andere rij hetzelfde te gaan doen, of om koffie te halen. Zo sta je al gauw in drie rijen tegelijk.

Niemand die weet hoe lang de rijen echt zijn, want iedereen doet het zo. Je schuift aan. Je hebt geen idee voor hoe lang. Je blijft daar helemaal stoïcijns bij. Je schuift aan. Je visum vervalt in november, je hoopt tegen dan het begin van alle rijen bereikt te hebben, om het ding te verlengen. Je schuift aan. Je hebt tenminste koffie.

Offerfeest

Tatarstan is een Russische deelrepubliek met een stevige eigen identiteit – hoewel die klappen krijgt de laatste jaren, nu Moskou de rest van het land meer en meer onder zijn totale controle dwingt. De bevolking bestaat uit zo’n 40 procent Russen en bijna 55 procent etnische Tataren, een volk verwant aan de Turken.

Met de rest van de moslimwereld vieren zij deze dagen het Offerfeest. Курбан-Байрам heet dat hier, ‘Koerban Bajram’, de Turkse benaming in cyrillisch schrift. Toen Ivan de Verschrikkelijke Kazan in 1552 inlijfde bij het Russische tsarenrijk, gingen alle moskeeën tegen de grond. Pas onder Catherina de Grote mochten de moslims weer gebedshuizen bouwen. Het is in de historische Tataarse wijken rond die 19de-eeuwse pastelkleurige moskeeën dat vandaag de koppen van de schapen gaan.

IMG_20170901_140357586_HDR~2

In verschillende afspanningen zitten kleine kuddes. Wanneer een klant zijn exemplaar kiest, wordt dat er uitgeplukt, vakkundig van kant gemaakt met een paar mesbewegingen, gevild en in behapbare stukken gesneden, net zoals het honderden jaren voordien gebeurde.

Deze twee foto’s zijn de beste die ik maakte, aan de tijdelijke slachtplaats tegenover de Mardzjani-moskee. Ze doen me denken aan renaissanceschilderijen: vol ritme, symmetrie en interessante lijnen. Da Vinci’s Laatste avondmaal, maar dan anders.

IMG_20170901_140354186_HDR

Orgaanvlees, koppen en andere oneetbare delen verdwijnen in open containers die her en der staan opgesteld. Op straat lopen Russische toeristen en Tataarse omaatjes. De eerste groep komt kijken wat hun islamitische landgenoten nu precies doen op hun feestdag en slaken kreetjes als ze plots per ongeluk een mes in een beest zien verdwijnen, de tweede hoopt op de stukken schaap die je als moslim aan een onbekende hoort te geven na aankoop. Vakantie heeft iedereen vandaag.

Kazan

Ik verkas. Het komende jaar vind je mij in Kazan, hoofdstad van Tatarstan, deelrepubliek van Rusland. Google het eens, en kom dan op bezoek. Een Russische kennis definieerde ‘in de buurt’ ooit als ‘alles wat minder dan 8 uur reizen is’. Aight.

Eén tram, vijf kilometer

Naar huis met tram 32 na een avond au journal – in het Noordstation zaten een paar mensen en hun zakken wezenloos naar de vloer te staren, in De Brouckère stond iemand te kotsen, in Lemonnier smolten drie mensen heroïne op een blaadje aluminium, in Midi schopten twee beschonken kerels tegen het karton waarmee een man zich een bed gebouwd had, een in een rij van vele, ze wezen naar hem en riepen naar hem, het speeksel vlokte uit hun mond.

En dat is nog maar het topje van de ellende – één tram, vijf kilometer, twintig minuten in deze stad van tientallen trams, honderden kilometers en een eindeloze sliert tijd die ons allemaal voortjaagt tot het moment dat ze ons de keel afknijpt. Hoe kan iemand ooit nog slapen?

Ik volgde de vicevoorzitter van de Russische Centrale Bank

Op Twitter, that is. Aleksandr Porfir’evitsj Torsjin is de tweede in rang om de roebel aan de teugel te houden in deze tijden van sancties en kelderende olieprijzen. De vice-Mario Draghi van Rusland, zo u wil. Die mij dan een random goeiedag toetweette:

“Hallo!”, antwoordde ik welopgevoed. Waarop hij me een beetje uitlachte, live, voor zijn dertigduizend volgers. “Bij ons in Roes’ antwoorden ze gewoonlijk: Fantastisch, als je er geen grapjes over maakt!” Of iets in die aard – dit is vreemde Russische slang die ze aan de vakgroep slavistiek van de UGent niet gebruiken.

Ik liet me niet onbetuigd. “Dat leren ze ons hier niet. Mag ik u in dat Roes’ bezoeken om de juiste antwoorden te leren?” De heer Torsjin: “Je wil komen – kom dan! Aan jou – de keuze!” Dat laatste is haast poëzie, twee woorden die letterlijk ‘Aan hem die vrij is, is de vrijheid’ betekenen.

Het Russisch heeft verschillende termen die wij vertalen als ‘vrij’: svobodnyi gaat over fysieke vrijheid, niet opgesloten zitten. Vol’nyi, het woord dat mijn nieuwe vriend de vicevoorzitter hier gebruikt, duidt op de vrijheid in je hoofd en schurkt aan tegen de betekenis van ‘wil’.

“Geweldig! Ik kijk uit naar uw officiële uitnodigingsbrief, zodat ik een visum kan aanvragen”, juichte ik.

Waarna de heer vicevoorzitter zijn staart introk: “’t Is simpeler met een toeristische reis.” Nogal een anticlimax. Maar laat dat je niet tegenhouden om A.P. ook te gaan volgen – zijn feed is hilarisch. Ik geef hem zeker een ping de volgende keer dat ik in Moskou ben. Вольному воля, а дорога мирская.

Regen

“Haten mensen Brussel omdat het de hele tijd regent, of haat de regen mensen omdat ze in Brussel wonen?” Dat vraagt de expat die hier net gearriveerd is zich al eens af, vertelt hij.

“Wanneer het in Ierland regent, vind ik daar een zekere schoonheid in: de schittering van de velden, de geur van dampende aarde, de kraakverse helderheid van de lucht”, gaat hij verder. “Maar als het regent in Brussel, worden alle dingen die ik al haat gewoon nat.”

De herfst is hier. Zo kwaad als mijn nieuwe kennis heb ik het niet, de buien spoelen de tonnen hondenstront van de straten. Misschien word ook ik knorrig naarmate de koude inzet. De chauffage weigert dienst, nu al warm ik mijn handen aan de blazer van mijn laptop. En toch – nergens anders ben ik thuis.

Hiroshima & Nagasaki (2)

Hij is 77 jaar oud, de waardige Japanse heer die ik ontmoet in de bar van een museum aan het Koningsplein. Hij werd geboren, groeide op, ging naar de universiteit, vond een baan bij een bedrijf in zijn geboortestad waar hij tot zijn pensioen bleef werken, trouwde, kreeg drie dochters. En toch heeft Takaaki Morikawa nooit echte rust gekend. Want toen hij zes was, dropten de VS de atoombom op zijn thuisstad Hiroshima.

“Het raam verbrijzelde door de knal, ik zie nog voor me hoe het glas in de rijstpap spatte die mijn moeder klaarmaakte als ontbijt. Sindsdien is het alsof ik een tijdbom in mijn lichaam draag: elke zes maand moet ik naar het ziekenhuis op controle.”

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De atoombommen op Hiroshima en Nagasaki doodden onmiddellijk minstens 139.000 mensen. Het Japans heeft een specifiek woord voor overlevers, zij zijn de ‘hibakusha’. Nog steeds sterven er van hen 10.000 per jaar aan de gevolgen van de radioactieve straling.

Na tientallen jaren stilstand op het vlak van nucleaire ontwapening, ligt er vandaag een VN-resolutie op tafel die een wereldwijd juridisch bindend kernwapenverbod mogelijk maakt. Daarom reist Morikawa nu de wereld rond om te getuigen: als hibakusha weet hij als geen ander wat voor vernietigend effect nucleaire wapens op een mensenleven hebben, zelfs als je blijft leven. Zijn volledige verhaal vind je op MO*.